Uiteenzetting van stamhoofd Guaicaipuro Cuatemoc aan de vergadering van regeringsleiders van de Europese Unie (8/02/2002).
In eenvoudige bewoordingen , simultaan vertaald aan meer dan honderd regeringsleiders en andere hoogwaardigheidsbekleders van de Europese Unie, bracht hij zijn toehoorders in verlegenheid toen hij zei:
Hier ben ik, Guaicaipuro Cuatemoc, om degenen die hier aanwezig zijn te ontmoeten.
Hier ben ik, afstammeling van degenen die sinds veertigduizend jaar Amerika bewonen, om diegenen te ontmoeten die slechts vijfhonderd jaar geleden Amerika gevonden hebben.
Hier ontmoeten wij elkaar dus.
Wij weten van elkaar wie wij zijn, en dat is voldoende.
Dat volstaat.
Mijn broeder, de Europese douanier, vraagt mij een document met visum zodat ik degenen kan ontdekken die mij ontdekten.
Mijn broeder, de Europese woekeraar, vraagt mij de schuld van Judas te betalen, die ik nooit toestemming gaf mij te verkopen.
Mijn Europese broeder die alle wetten kent legt mij uit dat alle schulden met rente worden terugbetaald, ook als daar mensen en hele landen voor verkocht moeten worden zonder hun toestemming te vragen.
En ik ontdek hen.
Ik kan ook betalingen en rente eisen.
Het staat in het Archief van West-Indië op papier, op factuur en met handtekening, dat alleen al tussen 1503 en 1660 185 duizend kilo goud en 16 miljoen kilo zilver uit Amerika aankwam in San Lucas de Barrameda. Roof? Ik wil het niet geloven! Omdat dat zou betekenen dat mijn christelijke broeders hun zevende gebod hebben geschonden.
Plundering? Behoed me, Tanatzin, om mij voor te stellen dat de Europeanen, net als Kaïn, vermoorden en hun broeders bloed negeren!
Genocide? Dat zou het gelijk erkennen van lasteraars, zoals Bartolomé de las Casas, die de "ontmoeting" als de vernietiging van West-Indië bestempelt, of van extremisten zoals Arturo Uslar Pietri, die beweert dat het kapitalisme en de huidige Europese beschaving hun oorsprong hebben in de overvloed aan edele metalen!
Nee! Die 185 duizend kilo goud en 16 miljoen kilo zilver moet worden gezien als de eerste van vele vriendschappelijke leningen van Amerika, voor de ontwikkeling van Europa. Dit ontkennen zou oorlogsmisdaden suggereren, en dat zou het recht geven om niet alleen de onmiddellijke teruggave te eisen, maar ook schadeloosstelling.
Ik, Guaicaipuro Cuatemoc, geef liever de voorkeur aan de minst vreselijke van deze hypothesen.
Zo’n geweldige export van kapitaal was slechts het begin van het 'Marshaltesuma'-plan, om de wederopbouw van het barbaarse Europa te garanderen, dat geruïneerd was door zijn vreselijke oorlogen tegen de Moslimcultuur, die de algebra, de polygamie, het dagelijkse bad en andere superieure verworvenheden van de beschaving heeft uitgevonden.
Daarom, bij het vieren van de vijfde eeuw van de Lening kunnen we ons afvragen:
Hebben de Europese broeders rationeel, verantwoord of ten minste productief van de fondsen gebruik gemaakt die zo genereus zijn voorgeschoten door het Internationale Indo-Amerikaanse Fonds?
Het spijt ons te moeten zeggen van niet.
Strategisch gezien hebben ze ze opgemaakt aan de veldslagen van Lepanto en onoverwinnelijke armada’s, aan derde reichs en andere vormen van wederzijdse uitroeiing, met als eindresultaat bezetting door de gringo-troepen van de NAVO, net als Panama maar zonder kanaal.
Financieel gezien waren zij na de looptijd van 500 jaar niet in staat om noch het kapitaal en de rente af te lossen, noch zich onafhankelijk te maken van de pacht, de grondstoffen en de goedkope energie die de hele derde wereld hen verschaft en naar ze exporteert.
Deze erbarmelijke toestand bevestigt de stelling van Milton Friedman dat een gesubsidieerde economie nooit kan functioneren, en het verplicht ons, voor hun eigen bestwil, de betaling te eisen van het kapitaal en de rente die wij zo genereus al deze eeuwen hebben uitgesteld.
Dit gezegd hebbende willen we verduidelijken dat we niet zo laag zullen handelen onze Europese broeders die schandelijke en wrede rente van 20 tot 30 procent te vragen, die zij aan de derde-wereldvolken vragen. Wij zullen ons beperken tot de teruggave van de voorgeschoten edelmetalen, plus een beperkte vaste rente van 10 procent, slechts geaccumuleerd over de laatste 300 jaar, met 200 jaar kwijtschelding.
Op deze basis, met toepassing van de Europese formule van rente op rente, lichten we de ontdekkers in dat zij als eerste aanbetaling van hun schuld, een massa van 185 duizend kilo goud en 16 miljoen kilo zilver, beide verheven tot de macht 300, aan ons schuldig zijn.
Dat wil zeggen een getal van meer dan 300 cijfers, en een massa die het gewicht van de planeet Aarde overschrijdt. Erg zwaar zijn deze baren goud en zilver; hoe veel zouden ze wegen omgerekend in bloed?
Argumenteren dat Europa, in een half millennium, niet genoeg rijkdom heeft kunnen genereren om deze gematigde rente af te betalen, zou hetzelfde zijn als haar absolute falen op financieel gebied en/of de waanzinnige irrationaliteit van de veronderstellingen van het kapitalisme toe te geven. Natuurlijk, over zulke metafysische kwesties bekommeren wij Indo-Amerikanen ons niet.
Maar wij eisen wel de ondertekening van een intentieverklaring die de schuldenvolken van het Oude Continent discipline brengt, en die hun verplicht hun afspraken na te komen, middels een snelle privatisering of omwisseling van Europa, die het mogelijk maakt om het in zijn geheel aan ons over te dragen, als eerste aanbetaling van de historische schuld..."
Toen het stamhoofd Guaicaipuro Cuatemoc zijn toespraak aan de bijeenkomst van Regeringsleiders van de Europese Unie gaf, wist hij niet dat hij een casus "recht om de ware buitenlandse schuld te bepalen" presenteerde. Nu rest alleen nog dat een Latijns-Amerikaanse regering genoeg moed heeft om de aanspraak voor te leggen aan het Internationale Gerechtshof!